maandag 13 januari 2014

Leven op grote voet…

Het vest voor Merette is af. Nog steeds het gevoel dat ik langer bezig geweest ben met afhechten dan met breien, maar het resultaat mag er zijn.Wel kom ik, vlak voor de laatste mouw klaar is,  een paar draadjes te kort. Op naar de breiwinkel dus om die erbij te halen.


Nu had ik al een keer gezien dat je sloffen kunt breien en het resultaat in de wasmachine kunt vilten. Dat wil ik wel eens uitproberen en ik neem een pakketje mee (ik word altijd heel hebberig in een breiwinkel….).


In een (vrijdag-)avond is er een af. Maar… hij lijkt wel erg groot! Mijn voet kan er wel twee keer in. 30 tot 40% krimp geeft de beschrijving aan, maar ook dat je ze nog een keer kan wassen voor wat extra krimp. Dus gok ik er op en brei zaterdag nummer 2. Ze zien er niet uit…
 


 
Dan in de wasmachine, op advies van de winkel met een paar handdoeken en flink wat wasmiddel. Na een ruime anderhalf uur haal ik twee vodjes uit de machine. Nou gekrompen zijn ze! Maar ik kan ze aantrekken. Zo vormen ze zich naar mijn voet. Ik stop ze vol met krantenpapier om ze in vorm te laten drogen.




Mooi vind ik ze nog niet, beetje kaal. Maar ook daarvoor heeft het patronenboekje een oplossing: boordjes breien en er aan vast naaien. Dat lukt nog wel op de zondag (naald 8, lekker snel). En daar knappen ze enorm van op!



Dus… in een weekend heb je een paar af en vervolgens heerlijk warme voeten.
 
 

 

zaterdag 28 december 2013

Kampala

Nee, dit zijn geen nieuwe verhalen… Maar onze belevenissen in Oeganda van afgelopen jaar.
Voor iedereen die het nog leuk vindt om ze te lezen en wat van de foto’s te zien!

 

Kampala, we zijn er tijdens onze vorige bezoeken aan Oeganda doorheen gereden. Een keer in een van de winkelcentra geweest en een laatste avond doorgebracht bij de Casia Lodge.
We hebben gezien hoe druk het er kan zijn, je staat er vaak en veel in de file en het krioelt er van de mensen. Dat is niet heel gek, er wonen meer dan een miljoen mensen.
Dit jaar verblijven we er een paar dagen, een mooie gelegenheid dus om er eens wat meer rond te kijken.
We ontmoeten Julius, onze gids, voor de dagen in Kampala, maar vooral voor de rondreis die we daarna gaan maken. De dagen in Kampala kunnen we met hem overal naar toe.
We beginnen met een ‘rondje’ Kampala. René en ik zijn een beetje gewend aan de drukte, maar Gerda en Gerard kijken hun ogen uit. Wat een gekrioel van mensen.
Van alles wordt er meegesleept op boda boda’s en de fietsen, en er is van alles te koop.
 
 
Er is een meubelboulevard, een straat met alleen maar autospullen en straten met winkels waar werkelijk van alles verkocht wordt. En natuurlijk de Kabalagala, de straat die nooit slaapt en waar het uitgaansleven 24/7 doorgaat.
Ook wij komen ogen (en oren) te kort. Het blijft een feest om in deze stad rond te rijden (vooral met chauffeur).
 
               
Taxipark
Een van de leukste plekken om te bekijken is het Taxipark. In een enorme kuil staan werkelijk duizenden matatu’s (taxibusjes) bij elkaar. Er is – volgens onze westerse begrippen – plaats voor acht passagiers. In Oeganda vindt men dat er zeker 14 personen in passen. Dat staat op de buitenkant. In de praktijk gaat een matatu niet rijden als er niet minstens 20 mensen in zitten. En dan rekenen we kippen, geiten, matrassen en trossen matokebananen niet mee.
 
 

Er lijkt geen enkele logica te zitten in het park, maar schijn bedriegt, iedereen weet er prima de matatu te vinden naar de juiste bestemming.
 
Kasubi Tombs
Oeganda heeft weinig cultuur. Althans, in stenen en gebouwen. Voor mooie tempels moet je hier niet zijn.
Maar in Kampala staan de Kasubi Tombes. Nou ja, eigenlijk staan ze er niet, want in 2010 is de grote tombe grotendeels afgebrand. In 22 minuten, zo vertelt ons de gids, was er niets meer van over. Dat is op zich niet verwonderlijk aangezien ze helemaal bestaan uit de traditionele bouw, een houten skelet, dichtgesmeerd met klei en koeienpoep en een enorm dak van gedroogd gras. Dat wil wel branden!. Vermoedelijk is de brand aangestoken door een Al-Shabaab aanhanger, maar er is nooit een dader opgepakt.
 
 
In de grote tombe liggen wel nog steeds vier koningen van het koninkrijk Boeganda, kabaka’s, begraven. En de tombes zijn in 2001 opgenomen op de werelderfgoedlijst van UNESCO. Daar moeten we dus wel heen!
Julius rijdt ons naar de berg Kasubi, waar de tombes liggen. We kopen een kaartje en lopen via het Guard House naar binnen. Het Guard House en nog een paar andere huizen (waaronder het Royal Drum House) zijn gelukkig wel bewaard gebleven. Nog steeds bewaken familieleden van de koningen de ingang van het complex.
Met een gids beginnen we de rondleiding in een hut met enorme portretten van de vier koningen die in de tombe begraven liggen. Daar krijgen we een presentatie over het leven van de koningen: met keurig gelamineerde foto’s!
 

De grote tombe - Muzibu Azaala Mpanga  - is 1881 gebouwd als paleis voor de koning, maar al een paar jaar later in gebruik genomen als begraafplaats. Er rusten vier koningen: Mukaabya Mutesa I Kayiira, Mwanga II Basammula-Ekkere, Daudi Cwa II en Sir Edward Mutesa II.
Voor de Boeganda zijn de tombes een spiritueel, politiek en sociaal symbool van hun koninkrijk. Het is een belangrijke religieuze plaats waar de kabaka's en andere vooraanstaanden regelmatig eeuwenoude rituelen uitvoeren.
 
 
Midden op het terrein ligt  de Fire Place, waarin altijd een vuurtje brandend wordt gehouden. Er is ook een hut voor tweelingen, die door de Boeganda als heel speciaal worden beschouwd.
Rondom de grote open plek liggen allemaal huisjes en hutten. Vroeger woonden daar de vrouwen van de koning, nu wonen er nog steeds – volgens de gids – familieleden van de koning. Want hoewel Oeganda een president heeft, zijn er nog steeds koningen in Oeganda. Officieel hebben ze politiek niets in te brengen, in de praktijk hebben ze nog steeds veel invloed.
Volgens onze gids is de huidige koning van Boeganda een weldoener voor de bevolking en geven ze heel veel geld aan goede doelen.
 
 
Het hoofdgebouw wordt inmiddels herbouwd. Met hulp van de Oegandese staat, zoals beloofd door president Yoweri Museveni. Er wordt hard gewerkt aan de wederopbouw en als alles goed gaat moet het gebouw in 2014 weer in zijn oude luister zijn hersteld.
 
 
Jammer genoeg zijn er wel veel voorwerpen verloren gegaan bij de brand. In een fototentoonstelling op het terrein is een overzicht van de schade na de brand en een aantal van de voorwerpen.
We wandelen tot slot nog even in de omgeving van het complex, waar zich het Oegandese villageleven voor ons ontrolt: een bijzondere gewaarwording dat dat in Kampala te vinden is!
 
Gezellig in Kampala
We logeren in het Orchidea Guesthous in Kampala. Simpel, maar schoon, netjes en heel ruim. Ontbijt wordt ’s morgens geserveerd in Café Roma, het Italiaanse restaurant dat op hetzelfde terrein ligt.
Prima voor elkaar dus!
En natuurlijk gaan we elke avond leuk (en lekker) uit eten.
De eerste avond vertrekken we naar The Bay, een restaurant dat aan het Victoriameer ligt. Zo gauw het een beetje donker wordt, zitten we heerlijk met een drankje bij het kampvuur.
 
 

De tweede avond eten we bij de Khana Khazana, een Indiaas restaurant. We hebben er al veel over gehoord en het is dan ook zoals we verwachten: verrukkelijk! Allemaal een apart gerecht, zodat we zeven verschillende gerechten kunnen proeven. Het is te veel, maar gelukkig is het in Kampala heel gewoon om de restjes in te laten pakken en mee te nemen. Daar doen we Martin een groot plezier mee!
 

Vrijdag, onze derde dag in Kampala, nemen we een kijkje in het kantoor van Matoke Tours. Leuk om kennis te maken met de collega’s van Renate en haar werkomgeving.
 
 
Daarna brengt Julius ons naar Speke Resort, een conferentiehotel met een enorm zwembad. De laatste dag in Kampala kunnen we hier lekker uitrusten voor onze safari begint.
Speke is een buitengewoon luxe complex. Het is heerlijk, maar voelt ook altijd nog een beetje raar om in zo’n luxe omgeving te verblijven in een land dat nog zo veel armoede kent.
We liggen heerlijk aan het 50 meter bad (dat voor ‘jeweetmaarnooit’ een reddingsboot op de kant heeft liggen). Beetje zwemmen, beetje lezen, lekker drankje, dit is wat je noemt vakantie!
 
 
Inmiddels zijn we erachter gekomen dat we ook zaterdag nog in Kampala zijn, we hebben ons een dag vergist. Dat betekent een extra avond om een lekker restaurant op te zoeken en een dag extra relaxen.
We drinken wat in de MishMash, een van de uitgaansgelegenheden waar Renate veel komt (en die Roos ook goed kent, van haar bezoekjes in Kampala) en gaan dan naar Jazz Ville, een restaurant met live muziek.
Als we het gevonden hebben blijkt er weinig parkeerplek te zijn. Maar dat geeft niet, Julius parkeert de bus ‘gewoon’ ergens op een soort stoep, precies tussen twee poorten in. Op zijn Oegandees.
De avond is een cadeautje! We moeten 10.000 shilling betalen om binnen te komen, want ja, een band kost geld. We vinden een lege tafel en bestellen een drankje. De muziek begint om 9 uur. Als het over is blijkt dat we op een prachtige plek zitten om over het Oegandese publiek – dat echt voor de muziek is gekomen – heen op het podium te kunnen kijken. De Code9Band begint met een paar heerlijke rocknummers en jaren zestigmuziek. Het kan de Oegandezen nog niet zo bekoren, maar wij wagen er een dansje aan! Tot grote vreugde van de Oegandezen, die het buitengewoon kunnen waarderen dat die mzungu’s willen dansen.
 
 
Als de klanken van Shakira’s Waka Waka de zaal in geslingerd worden komen ook de Oegandezen in beweging. En tja, dan leggen wij het toch echt af: wat kunnen die Afrikanen swingen!
 
 
Natuurlijk gaat Merette met een van de zangers op de foto. Die traditie moet je in Oeganda gewoon voortzetten!
Al met al: een avond om in te lijsten!
 
 
Dan breekt wel de laatste dag aan in Kampala. En omdat Renate en Martin (en collega Caroline) vrij zijn (zaterdag) gaan we lekker nog een dagje naar dat heerlijke zwembad. 
We eten ’s avonds bij Café Roma, dat op hetzelfde terrein ligt als ons guesthouse (we zijn er niet achter of het ook echt één bedrijf is). Merette gaat met Martin en Renate mee naar huis, en wij zijn klaar om met z’n vieren aan de rondreis te beginnen!

Meer Kampalafoto's.
Meer Kasubifoto's.
Gezellige foto's...
 


 

dinsdag 17 december 2013

Nipt testen


En alweer is de test in het nieuws: nu omdat aanstaande ouders (vaak met medeweten van artsen/verloskundigen hier) de NIPT-test in België laten doen, omdat het hier alleen mag als de moeder een verhoogd risico heeft, terwijl in België iedereen die zwanger is de test mag aten doen. In Denemarken heeft dat inmiddels geleid tot een beduidend lager aantal kinderen met Down Syndroom dat wordt geboren en in Nederland maakt men zich daar ook zorgen over. Vandaar de programma's op TV met mensen met Down, die gemaakt worden om te laten zien dat mensen met Down best veel kunnen, maar die dan ook weer een buitengewoon eenzijdig beeld geven (namelijk dat van de buitengewoon mondige persoon met Down die kan praten, lezen, schrijven, werken, relaties aangaan enz. lees daarover deze blog nog maar even: http://monicasmening.blogspot.nl/2014_03_01_archive.html ) waardoor het beeld ook weer vertroebeld wordt: want heus: zo zijn ze dan ook weet niet allemaal!


Als testen er zijn, vind ik dat elke vrouw dezelfde kansen moet krijgen om daar gebruik van te maken. Het mag niet zo zijn dat opleiding, financiën, afkomst daarin een rol spelen (al zal dat altijd deels wel zo zijn). Wat ik verder van testen vind, kun je lezen in mijn blog van (inmiddels) 13 jaar geleden. En nee, er is nog steeds niks nieuws onder zon...


http://www.nu.nl/algemeen/3655871/zwangere-vrouwen-kunnen-april-2014-nipt-test-doen.html


Ook niet met deze nieuwe nipt-test. Lees mijn blog van 12 (!) jaar geleden. Behalve dat we 12 jaar verder zijn, Merette niet meer op school zit en ik nu nog niet veel reacties heb gehoord van belangenverenigingen heb ik er niks aan toe te voegen…

Testen (2001)

Het Syndroom van Down is weer eens in het nieuws. De Gezondheidsraad gaat minister Borst adviseren elke zwangere vrouw een bloedtest aan te bieden.
Met deze bloedtest kan een verhoogde kans op een aantal afwijkingen bij het ongeboren kindje aantonen. Een van die afwijkingen – en waarschijnlijk de meest tot de verbeelding sprekende – is het Downsyndroom.
Wanneer de test een verhoogd risico aangeeft kunnen de aanstaande ouders beslissen of ze vervolgens willen laten testen of de afwijking daadwerkelijk bij hun kindje aanwezig is, zodat ze eventueel tot een abortus kunnen overgaan.

Er komt vrijwel meteen een reactie van een aantal belangenverenigingen. Zij zijn niet blij met het advies, bang dat ouders een te negatief beeld wordt voorgespiegeld van een kind met Downsyndroom. De meeste mensen denken dat het gaat om mensen met een ernstige verstandelijke handicap en dat terwijl momenteel 50% van de kinderen met het Downsyndroom naar een gewone basisschool gaat.
 

Beide zaken stemmen tot nadenken. Maak je beslissingen makkelijker door elke zwangere vrouw een test aan te bieden? Ik denk het niet. Het wordt moeilijk om niet te laten testen. Dat betekent dat wanneer ouders een kindje krijgen met het Syndroom van Down er een aantal mensen in hun omgeving zich af zal vragen waarom dat kindje is geboren. Het hoeft immers niet meer? Je kunt het toch laten testen?
Ja dat kan. Maar dan? Een abortus? Ik heb bij Merette niet kunnen kiezen. Ik was 28 toen ze geboren werd. Een paar betweters riepen nog dat het vast van Tsernobyl kwam, maar toen daar de zaak de lucht in ging was ik al 7 maanden zwanger. Uit testen achteraf bleek dat Merette een ‘toevalstreffer’ was. Gewoon pech!
Maar wel een verhoogd risico op nog een kindje met het Downsyndroom. En we wilden zo graag een derde, voor onszelf, maar ook voor Merette en haar grote zus.
En ja, ik heb (samen met haar vader) besloten tot een test. Omdat we dachten dat twee kinderen met het Downsyndroom toch wel erg zwaar zou worden. Maar wat was dat zwaar. Je wilt graag een kind, maar je verbindt er wel meteen een voorwaarde aan. Ik heb het een van de moeilijkste beslissingen in mijn leven gevonden. Gelukkig waren de chromosomen van onze jongste compleet, niet te veel, niet te weinig.  En na negen maanden bleek ook de rest allemaal te kloppen; een gezonde derde dochter.
Dan het verhaal van de 50% die de gewone basisschool bezoekt. Het lijkt mij wat veel, maar ik heb daar geen cijfers over en kan dat aantal niet beoordelen. Wat ik wel weet is dat ze allemaal (een heel enkele uitzondering misschien daargelaten) een speciaal programma volgen op die school en niet bepaald met een acceptabele citotoets de school verlaten. Om van een vervolg al helemaal niet te spreken. Ik ben er van overtuigd dat het op sommige scholen heel goed kan gaan, maar ik weet ook zeker dat voor heel veel kinderen met Downsyndroom het speciaal onderwijs de beste plek is. Merette gaat inmiddels acht jaar naar een ZMLK-school en zit daar uitstekend op haar plek.



Cognitief is ze absoluut niet sterk, maar ik weet dat als in groep 3 met kerst de hele klas had kunnen lezen en zij niet, ze daar erg ongelukkig van zou zijn geworden. Wij hebben de beslissing genomen haar op school geen uitzondering te laten zijn. Ik heb die beslissing regelmatig moeten verdedigen: ‘want ze kan toch wel naar een gewone school?’.
Het testen maakt me ook bang. Moeten ouders zich straks gaan verdedigen omdat ze ofwel niet laten testen ofwel besluiten hun kindje met een eventuele handicap geboren te laten worden en een plek te geven in hun gezin? En wanneer zeggen de verzekeringsmaatschappijen: ‘Sorry mevrouw, meneer, maar hier betalen we niet voor, u had het toch kunnen laten testen?'

  

Begrijp me goed, ik kan me een abortus in het geval er een kindje met een ernstige handicap op komst is heel goed voorstellen, maar niemand mag ouders ertoe dwingen.
Merette geniet met volle teugen van het leven. En ik? Ik ben stapelgek met haar. En ja, ik had haar graag zonder dat extra chromosoom gehad, want nee, het is heus niet altijd makkelijk om haar en de twee andere meiden op te voeden.
Maar op Moederdag hoort Merette in de auto een gedichtje op de radio van iemand die zegt de allerliefst moeder van de wereld te hebben.
Twee armpjes knellen om mijn nek. ‘Nee ikke, jij de liefste mama!’
Ik heb niet hoeven kiezen. Gelukkig maar!