Nee, niet over Indonesië, dat komt morgen weer aan de beurt. En daar heb ik niks over te klagen. Maar nu MOET ik even zeuren.
Ik collecteer. Zo af en toe. Ik heb er een ongelooflijke hekel aan en zie er elke keer als een berg tegenop. Onzin natuurlijk, want het is al met al in een uurtje of twee gebeurd en dan kan ik er weer een jaar tegen. (Wat deze collecte betreft want ik heb er nog een paar, die komen ook elk jaar terug. Tja. )
Deze week is de collecte voor het KWF. Ik loop mijn eigen huizenblok en een straat erachter. Allemaal koopwoningen. Bijna allemaal twee auto’s voor deur (ok geen SUV, gewoon een kleintje erbij, maar toch). Een bloemlezing van de reacties:
‘Ik heb geen klein geld in huis…’
‘Nee, mijne man hij doet dat altijd met eh…rekening ja?’
‘Ik kan mijn portemonnee niet vinden...’
‘Ik doe niet aan collectes.’
‘Wij gireren altijd.’
‘Ik woon hier niet.’
‘Ik ben de oppas.’
‘Mijn ouders zijn er niet.’
Nog erger: Met een stalen gezicht een muntje van 5 cent in de collectebus doen. De deur niet open doen terwijl je er wel bent. Door het raampje kijken en een gebaar maken van ‘Ga weg!’ En de meest onbegrijpelijke reactie is een man die al een beweging maakt om zijn portemonnee te pakken, hoort dat het om kankerbestrijding gaat en dan zegt: ‘Oh nee, daar doe ik niet aan mee!’ (Die laatste fascineert mij: ik zou hem willen vragen waarom niet. Maar ja, ik heb er uiteindelijk niks mee te maken en iedereen heeft het recht om wel of niet te doneren en wel of niet zijn deur open te doen.)
De hele week hoor ik Pieter van de Hoogenband zijn vriend en zwemcollega Maarten van Weijden aanmoedigen in zijn laatste meters op weg naar de gouden medaille op de tien kilometer zwemmen. Maarten is genezen van kanker. Als er nooit geld was binnen gebracht door al die collectanten was dat misschien niet gebeurd. Voor een heel dierbare, lieve vriendin was alle onderzoek te laat. Maar terwijl ik met mijn collectebus trapje op trapje af loop, is ze wel heel weer even heel dichtbij.
Dus zeg ik straks - als ik de bus inlever en mij wordt gevraagd of ik volgend jaar weer meedoe – dapper: ‘Tuurlijk, je belt me wel hè?’
vrijdag 5 september 2008
woensdag 3 september 2008
Kraton, waterpaleis en jawel…een tempel
We hebben nog een halve dag in Yogyakarta te goed voor we langzamerhand richting de Borobudur gaan.
Dat geeft ons in elk geval de gelegenheid de Kraton en het Waterpaleis te bezoeken. We beginnen met z’n vijven, de rest van de familie slaapt uit.
Het Kraton Ngayogyakarta Hadiningrat is het paleis van de sultan. We zijn er amper binnen of Renate en Roosmarijn zijn omringd door Javaanse toeristen die met ze op de foto willen. Op een gegeven moment moeten we er zo ongeveer vandoor rennen om nog tijd over te houden om het paleis nog te kunnen bezoeken. We hebben een gids die Nederlands spreekt. Nou ja, spreekt. Ze heeft een keurig verhaaltje van buiten geleerd en dat lepelt ze op. Wordt ze daarin gestoord dan begint ze simpelweg overnieuw. Het is wel heel grappig om te horen.
Duidelijk wordt meteen dat de negende sultan (Allah hebbe zijn ziel) mateloos populair is geweest. In een supertempo worden we langs zijn kinderfoto’s, zijn scoutinguniform, zijn kookgerei, zijn fotoapparatuur en talloze foto’s en onderscheidingen van de beste man gesleept.
Het paleis is een prachtig voorbeeld van 18e eeuwse architectuur en wordt nog steeds gebruikt voor officiële ontvangsten. De tiende sultan heeft er nog een woonverblijf. (Hij was niet thuis, de buitenlampen brandden niet...)
Na ruim een uur hebben we alle gebouwen van de Kraton gezien. We zoeken de bus op en rijden naar de Taman Sari, het Waterpaleis. Ooit een enorm complex in een kunstmatig meer. Het meer is verdwenen. Er zijn nog een paar delen van over o.a. het leuke zwembad van de sultan. Hij liet er zijn harem lekker badderen, zocht een dame uit die hem die dag wel beviel en zij mocht dan in zijn eigen zwembadje komen, uit het zicht van de andere dames en de kinderen.
We treffen een man die vraagt of we de onderwatermoskee willen zien. En dat willen we natuurlijk wel. Het is een onderdeel van het oorspronkelijke waterpaleis en heeft ook altijd – deels - onder het meer gelegen. De Samur Gumuling (ronde put) is oorspronkelijk waarschijnlijk geen moskee geweest.
Het is een sober geheel van gangen en trappen, mooi om te zien. We leren een nieuwe Indonesische uitdrukking: hati hati (voorzichtig) kepala (hoofd) = pas op je hoofd. Want de gangen en poorten zijn niet echt berekend op onze lengte. De gids brengt ons keurig terug naar waar wij het Waterpaleis zijn binnengegaan. Gelukkig maar, want zelf waren we de weg al lang kwijtgeraakt.
Tijd voor de lunch. En oh, wat is het toch fijn om een goede gids bij je te hebben. Albert brengt ons naar een restaurant waar een Wajang Kulit voorstelling aan de gang is. Een spannend ontvoeringsverhaal (denken wij) begeleid door echte Gamelanmuziek. Leuk om te zien hoe zo’n voorstelling in zijn werk gaat. Merette snapt nu ook waar de Wajangpoppen voor zijn!
Na de lunch gaan we naar een… tempel! Ik ben de naam even kwijt, maar het is een tempel met een enorm Boeddhabeeld erin. In plaats van een kaarsje steken we hier een wierookstokje aan en gaan er maar van uit dat de rest van het ritueel wel ongeveer hetzelfde zal zijn. De boeddha is erg mooi.
Buiten staat een enorme boom. Zijn wortels hangen in de lucht. Een echte Tarzanboom dus. En dat moeten we even uitproberen…
Dan rijden we door naar Manohora, een dorpje aan de voet van de Borobudur. Daar overnachten we zodat we de volgende ochtend om half vijf naar de bovenste verdieping van deze enorme tempel (jawel) kunnen klimmen om de zon te zien opgaan.
Meer foto’s van de Kraton, het waterpaleis en de rest van deze dag
Dat geeft ons in elk geval de gelegenheid de Kraton en het Waterpaleis te bezoeken. We beginnen met z’n vijven, de rest van de familie slaapt uit.
Het Kraton Ngayogyakarta Hadiningrat is het paleis van de sultan. We zijn er amper binnen of Renate en Roosmarijn zijn omringd door Javaanse toeristen die met ze op de foto willen. Op een gegeven moment moeten we er zo ongeveer vandoor rennen om nog tijd over te houden om het paleis nog te kunnen bezoeken. We hebben een gids die Nederlands spreekt. Nou ja, spreekt. Ze heeft een keurig verhaaltje van buiten geleerd en dat lepelt ze op. Wordt ze daarin gestoord dan begint ze simpelweg overnieuw. Het is wel heel grappig om te horen.
Duidelijk wordt meteen dat de negende sultan (Allah hebbe zijn ziel) mateloos populair is geweest. In een supertempo worden we langs zijn kinderfoto’s, zijn scoutinguniform, zijn kookgerei, zijn fotoapparatuur en talloze foto’s en onderscheidingen van de beste man gesleept.
Het paleis is een prachtig voorbeeld van 18e eeuwse architectuur en wordt nog steeds gebruikt voor officiële ontvangsten. De tiende sultan heeft er nog een woonverblijf. (Hij was niet thuis, de buitenlampen brandden niet...)Na ruim een uur hebben we alle gebouwen van de Kraton gezien. We zoeken de bus op en rijden naar de Taman Sari, het Waterpaleis. Ooit een enorm complex in een kunstmatig meer. Het meer is verdwenen. Er zijn nog een paar delen van over o.a. het leuke zwembad van de sultan. Hij liet er zijn harem lekker badderen, zocht een dame uit die hem die dag wel beviel en zij mocht dan in zijn eigen zwembadje komen, uit het zicht van de andere dames en de kinderen.
We treffen een man die vraagt of we de onderwatermoskee willen zien. En dat willen we natuurlijk wel. Het is een onderdeel van het oorspronkelijke waterpaleis en heeft ook altijd – deels - onder het meer gelegen. De Samur Gumuling (ronde put) is oorspronkelijk waarschijnlijk geen moskee geweest.
Het is een sober geheel van gangen en trappen, mooi om te zien. We leren een nieuwe Indonesische uitdrukking: hati hati (voorzichtig) kepala (hoofd) = pas op je hoofd. Want de gangen en poorten zijn niet echt berekend op onze lengte. De gids brengt ons keurig terug naar waar wij het Waterpaleis zijn binnengegaan. Gelukkig maar, want zelf waren we de weg al lang kwijtgeraakt.
Tijd voor de lunch. En oh, wat is het toch fijn om een goede gids bij je te hebben. Albert brengt ons naar een restaurant waar een Wajang Kulit voorstelling aan de gang is. Een spannend ontvoeringsverhaal (denken wij) begeleid door echte Gamelanmuziek. Leuk om te zien hoe zo’n voorstelling in zijn werk gaat. Merette snapt nu ook waar de Wajangpoppen voor zijn!
Na de lunch gaan we naar een… tempel! Ik ben de naam even kwijt, maar het is een tempel met een enorm Boeddhabeeld erin. In plaats van een kaarsje steken we hier een wierookstokje aan en gaan er maar van uit dat de rest van het ritueel wel ongeveer hetzelfde zal zijn. De boeddha is erg mooi.Buiten staat een enorme boom. Zijn wortels hangen in de lucht. Een echte Tarzanboom dus. En dat moeten we even uitproberen…
Dan rijden we door naar Manohora, een dorpje aan de voet van de Borobudur. Daar overnachten we zodat we de volgende ochtend om half vijf naar de bovenste verdieping van deze enorme tempel (jawel) kunnen klimmen om de zon te zien opgaan.Meer foto’s van de Kraton, het waterpaleis en de rest van deze dag
maandag 1 september 2008
Engelse les
Als we net het Prambanancomplex binnen zijn melden zich een paar studenten bij Roos en Renate. Ze willen graag hun Engels oefenen en of ze bereid zijn een beetje met ze te praten? Een van hen heeft een enorm woordenboek bij zich om te laten zien dat het hem ernst is. Wij weten niet zo goed wat we ervan moeten denken: is het serieus? Of moeten we straks betalen voor de diensten van een guide die we niet wilden?
De jongens zijn behoorlijk vasthoudend en knopen steeds opnieuw een praatje aan. Ze zijn bepaald niet vervelend, maar blijven wel strak in de buurt.
Dan komen er een paar schoolkinderen op ons af. In uitermate keurig ingestudeerd Engels vragen ze of ze ons een paar vragen mogen stellen. Ze krijgen namelijk Engels op school en moeten nu van de teacher oefenen op toeristen om hun spreekvaardigheid te verbeteren.
Het mag. Wat we van de Prambanan vinden? Kennen we het verhaal (als je nee zegt, krijg je het in onverstaanbaar schattig Engels opgelepeld)? Zijn we op vakantie? Waar komen we vandaan? Holland? Ohhh, Belanda! Of we dan ook maar een Nederland liedje willen zingen…
Alle antwoorden worden keurig genoteerd. En natuurlijk moeten we met ze op de foto. Tot onze verbazing blijken al deze kids de meest mooie mobieltjes op zak te hebben…
Roosmarijn zijn we inmiddels kwijt. Ze blijkt op haar hurken te zitten tussen een groep schoolkinderen van een jaar of 7. Ook zij moeten hun Engels oefenen. Onder het goedkeurend oog van de juf geeft ze voor het eerst van haar leven Engelse les. Omdat ze zich met haar 1.78 meter sowieso al heel lang voelt hier en bij deze kleintjes nog veel meer, is ze maar op haar hurken gaan zitten. En verdwenen tussen de schooluniformpjes.
De studenten lopen met ons mee tot we – een paar uur later en een aantal tempels verder – weer in onze bus stappen. Engelse boeken zijn heel duur in Indonesië en van de televisie hoeven ze het niet te hebben als het om de Engelse taal gaat. En dus is het voor schoolkinderen en studenten inderdaad heel gewoon om dan maar met toeristen te gaan praten. Kunnen ze toch een beetje oefenen.
En nee, ze hoefden helemaal geen geld, ze vonden het gewoon heel erg leuk om met ons mee te lopen en hun Engels te oefenen…
De jongens zijn behoorlijk vasthoudend en knopen steeds opnieuw een praatje aan. Ze zijn bepaald niet vervelend, maar blijven wel strak in de buurt.
Dan komen er een paar schoolkinderen op ons af. In uitermate keurig ingestudeerd Engels vragen ze of ze ons een paar vragen mogen stellen. Ze krijgen namelijk Engels op school en moeten nu van de teacher oefenen op toeristen om hun spreekvaardigheid te verbeteren.
Het mag. Wat we van de Prambanan vinden? Kennen we het verhaal (als je nee zegt, krijg je het in onverstaanbaar schattig Engels opgelepeld)? Zijn we op vakantie? Waar komen we vandaan? Holland? Ohhh, Belanda! Of we dan ook maar een Nederland liedje willen zingen…
Alle antwoorden worden keurig genoteerd. En natuurlijk moeten we met ze op de foto. Tot onze verbazing blijken al deze kids de meest mooie mobieltjes op zak te hebben…
Roosmarijn zijn we inmiddels kwijt. Ze blijkt op haar hurken te zitten tussen een groep schoolkinderen van een jaar of 7. Ook zij moeten hun Engels oefenen. Onder het goedkeurend oog van de juf geeft ze voor het eerst van haar leven Engelse les. Omdat ze zich met haar 1.78 meter sowieso al heel lang voelt hier en bij deze kleintjes nog veel meer, is ze maar op haar hurken gaan zitten. En verdwenen tussen de schooluniformpjes.
De studenten lopen met ons mee tot we – een paar uur later en een aantal tempels verder – weer in onze bus stappen. Engelse boeken zijn heel duur in Indonesië en van de televisie hoeven ze het niet te hebben als het om de Engelse taal gaat. En dus is het voor schoolkinderen en studenten inderdaad heel gewoon om dan maar met toeristen te gaan praten. Kunnen ze toch een beetje oefenen.En nee, ze hoefden helemaal geen geld, ze vonden het gewoon heel erg leuk om met ons mee te lopen en hun Engels te oefenen…
Abonneren op:
Posts (Atom)