maandag 23 augustus 2010

Oeganda

Het eerste dat in me opkomt als ik denk aan Oeganda is: groen. Zelden zo’n groen landschap gezien. Alles staat vol: of met aangelegd groen (suiker, casave, thee enz.) of met struiken, bomen en regenwoud. De Oegandezen zijn trots op al dat groen; trots dat het veel regent in hun land, want dat zorgt er voor dat de oogst groeit en dat er geen honger is. Dat de voeding vrij eenzijdig is en meer vult dan gezond is, is niet relevant: een gevulde maag is belangrijk in een continent waar veel landen wel honger kennen.

Vervolgens denk ik aan de ongelooflijke rommel. In Kampala, in Jinja en in alle dorpjes en stadjes die je tegenkomt. Overal is het stoffig, ligt het afval op straat op grote hopen of wordt het verbrand in smeulende, stinkende vuurtjes. Voeg daarbij de dieselauto’s zonder roetfilter en je hebt de geur van het moderne Oeganda te pakken: het stinkt er.





Zo’n zes miljoen van de drieëndertig miljoen Oegandezen wonen in een min of meer stedelijk gebied (vijf miljoen in Kampala, 100.000 in Jinja en de rest in overige kleine stadjes en dorpjes). Daar is stroom en er staan gebouwtjes. Daar zijn altijd mensen op straat te vinden, zijn winkeltjes, branden vuurtjes en is eten te koop. En er zijn mobiele telefoons. De gemiddelde Oegandees in deze stedelijke gebieden heeft er drie: er zijn drie providers. Naar een nummer van dezelfde provider bel je goedkoop en dus is het handig dat je al je vrienden kan bellen op dezelfde provider als die zij hebben. Dat betekent dat je drie nummers moet hebben. Airtime (beltegoed) is op elke straathoek te koop. Voor 1000 shilling (ongeveer 40 eurocent) ben je mobiel bereikbaar. Niet lang, maar toch!

In the village (op het platteland) leven de mensen in hutten van koeienpoep en riet. Het ruikt er heerlijk, want al het stinkende afval van de stad is hier ver te zoeken. Er branden ook wel vuurtjes om afval te verbranden, maar dat afval is vooral natuurlijk en stinkt veel minder. De hutten zijn verrassend schoon en heerlijk koel. En nee, daar stinkt het helemaal niet. Er is geen stroom en voor water moet je toch zeker elke dag drie kwartier lopen (en met dat water drie kwartier terug). Het klinkt ideaal, maar medische hulp is er nauwelijks en hoewel er voedsel is in overvloed is dat zó eenzijdig dat er veel kinderen lijden aan ondervoeding. En er zijn veel, heel veel kinderen. De meeste mannen hebben meerdere vrouwen en bij allemaal een flinke rij kinderen. Veel kinderen (en/of moeders) overlijden bij de bevalling door een gebrek aan medische zorg, kinderen sterven aan malaria of tbc. Of ze hebben HIV of polio. Dat geeft een andere kijk op de eerste idyllische kijk op the village…



Oeganda is ook een land van apen, niet alleen gorilla’s (oh, wat ben ik jaloers op Renate, Roos en Tim die een uur bij een grote groep hebben gezeten) en chimpansees, maar ook bavianen en heel veel andere soorten, prachtige wildparken (een stuk minder toeristisch dan in Kenia, maar wel puur natuur en met aardig wat wild), prachtige regenwouden, watervallen, koude douches, schuimplastic matrassen, ontbijtjes met iets wat op toast lijkt en altijd iets met ei, een wandelsafari naar neushoorns, boda boda’s om je in de stad te vervoeren, kinderen, heel veel kinderen en vriendelijke mensen. En malaria… Want dat liep ik al op toen ik een goede week in Oeganda was. De Oegandezen hebben me er vierkant om uitgelachen.






Maar wat me van Oeganda vooral bij zal blijven is de totaal andere mentaliteit dat de onze… ze begrijpen de Mzungu’s (blanken) niet en wij begrijpen hen niet. Er ligt een wereld van verschil tussen hun cultuur en de onze.
Het waren vier heel bijzondere weken. Mijn hoofd heeft het allemaal nog niet helemaal op orde, maar de komende tijd zal ik er uitgebreid over verhalen….


2 opmerkingen:

Renate zei

Jeuj!! Het eerste blogje! En inderdaad... die mentaliteit. Ik vind het wel echt super fijn dat jullie dat nu ook hebben meegemaakt, want het is eigenlijk niet uit te leggen.

kacokijk zei

damHeel benieuwd naar de vervolgverhalen. En naar de foto's van Oegandese afvalbakken. ;-)