maandag 26 maart 2018

Blaasontsteking (2)

Het is met een paar dagen niet in orde. Ik sukkel de week en het weekend door. In de nacht van zondag op maandag slaap ik slecht, voel me beroerd en heb echt pijn in mijn zij. Maar ik heb met zware dozen gesjouwd en slecht slapen doen we allemaal wel eens nietwaar? Dus ga ik ’s maandags naar mijn werk. Ik begin in Deventer, want ik moet (mag!) nog op de foto voor Intranet. Daarna een overleg op het stadhuis en dan door naar Zutphen; maandag is immers de dag dat we als Team Communicatie op dezelfde locatie proberen te werken.
Maar na een gezamenlijk overleg houd ik het voor gezien: ik wil naar huis en naar bed. Met een welgemeend ‘ziek het even lekker uit’ van collega’s zoek ik mijn autootje op. Ik rijd naar huis en kruip daar meteen met mijn bed in. Met inmiddels 40 graden koorts. De volgende dag begint het circus opnieuw. Urine naar de huisarts én naar het ziekenhuis voor een nieuwe kweek. Een nieuwe antibioticakuur. De dringende boodschap dat ik echt, echt, echt moet bellen als er iets verandert/verslechtert, ook midden in de nacht. De huisarts op bezoek. Naar de praktijk voor een onderzoekje dat thuis niet plaats kan vinden en naar het ziekenhuis om bloed te prikken. Ik doe het op slippers, puf om sokken en schoenen aan te trekken heb ik niet. Dat levert hier en daar wel commentaar op: het vriest dat het kraakt! Maar ik heb een lieve taxichauffeur die me overal vlak voor de deur afzet…

De blaasontsteking is een fikse nierbekkenontsteking geworden. Inmiddels kan ik de vervelende gedachten over mijn ene nier niet meer negeren en ook de huisarts doet dat niet. Als ik weer wat beter ben, wordt er een echo van de nier gemaakt en een afspraak met de uroloog.
De koorts houdt ruim een week aan, en hoewel de ontstekingswaarden inmiddels flink zijn gezakt, is dat wel een reden om de antibioticakuur met nog een aantal dagen te verlengen. Na die week kom ik een beetje tot leven en kan zelfs af en toe even in de woonkamer vertoeven. De Olympische Winterspelen zijn in volle gang en ik kan je de spelregels van alle sporten (ja ook van curling) haarfijn uitleggen. Het is een heerlijke afleiding, want ik heb beslist geen puf om iets anders te doen. Zelfs een blik op Facebook is me te veel.
De koorts blijft weg. We zijn inmiddels twee weken verder en sinds een paar dagen heb ik geen antibiotica meer. De vermoeidheid blijft. De echo van de nier wordt gemaakt en een week later kan ik bij de uroloog terecht. Er komt in die week geen telefoontje dat er iets raars is gevonden op de echo. En als er echt iets aan de hand zou zijn, hadden ze vast al gebeld nietwaar?

Dan is de afspraak daar. Er is niets met de nier aan de hand! Hij ziet er prima uit en functioneert uitstekend. De nierbekkenontsteking is in dit geval waarschijnlijk echt een geval van vette pech dat twee antibioticakuren niet het gewenste resultaat hebben gehad. Er zou nog een lichamelijke oorzaak aan ten grondslag kunnen liggen – ‘Daar heeft u de leeftijd voor mevrouw,’- maar het is vooralsnog niet nodig om daar vanuit te gaan. Over drie maanden nog een keer een echo en een gesprek. De vermoeidheid? ‘Die blijft nog wel even’, lacht de arts. ‘Trek daar maar een paar maanden voor uit. Want die nier is nu prima, maar je bent wel heel ziek geweest.’ Veel vitamines, rust en buitenlucht is het devies.

Ik ben al vier weken niet aan het werk. Er ligt zelfs nog een klus voor [txt] te wachten. Maar ik moet er niet aan denken. Ik probeer braaf te wandelen, neem een kijkje als Luca voor het eerst gaat schaatsen, doe een enkel klusje in huis en verder is het handwerken, tv kijken en niksen… En nogmaals: het kost me niet eens moeite!






Er volgt een gesprekje met de bedrijfsarts. Ik mag aan het werk… twee keer vier uur… En dan heel langzaam opbouwen. Volgens haar schema is het eind april als ik weer mijn ‘gewone’ 32 uur ga werken. En alweer: ik vind het niet erg… 
Ik zet mijn vrijwilligerswerk voor maart helemaal on hold en gok dat ook april nog een lastige wordt. Misschien moet ik pas na de inmiddels geplande vakantie in mei weer zaken oppakken die buiten werk en huis liggen. Ik weet het nog niet. 
Maar… ik ben er weer. Nog niet op volle kracht, maar met een gezonde nier! De rest komt vanzelf.

Enne... wat was ik blij met de lieve kaartjes, bloemen en zelfs een echte fruitmand! Fijn dat zoveel mensen aan me gedacht hebben.







Blaasontsteking (1)

Blaasontsteking (1)

Het is eind november 2017 als ik verkouden word. Ik zeg er een paar privéafspraken voor af, maar rommel verder gewoon door. Renate en Luca wonen sinds een paar maanden in hun eigen huis en kunnen rustig landen in Nederland, alle gesprekken/formaliteiten rondom het – vervroegde en niet geheel vrijwillige – pensioen van René zijn afgehandeld, ik heb eigenhandig de hypotheek omgezet, kortom: voor mijn gevoel staan een aantal zaken goed op de rit. Maar dan krijg ik – vlak na de intocht van Sinterklaas in Deventer  – van het ene op het andere moment koorts. Een griepje, lijkt me.



Ik meld me ziek, kruip een paar dagen in bed en duim heel hard dat het snel over is, want het weekend erna vieren we mijn 60-ste(!) verjaardag in een vakantiepark. In dat weekend is de koorts weg. De bijbehorende vermoeidheid niet, maar dat geeft niet, want ik hoef helemaal niks te doen. De boodschappen zijn gedaan, er wordt gekookt, het enige wat ik hoef te doen is genieten van het enorme pak sneeuw dat ik vroeg – én kreeg – voor mijn verjaardag. En geloof me: dat is een feestje met een peuter die nog nooit in de sneeuw gespeeld heeft!




Na een heerlijk weekend ga ik weer aan het werk. We passen nog een dagje op Luca (met een bezoekje aan het Openluchtmuseum), vieren de feestdagen, en tussendoor werk ik.




De planning was om alleen het hoogstnoodzakelijke te doen, maar dat is meer dan verwacht, waardoor ik zelfs in de eerste week van januari (die vrij gepland was) toch nog een aardig aantal uren werk. Lekker thuis, met weinig afspraken, maar toch. Van echt uitrusten komt het niet en dat merk ik, want ik heb weinig energie. Dat gegeven zit me danig in de weg, want er is zoveel te doen! Voor Bulungi, Deventer Wereldstad, De Deventer Sportploeg, Zozijn, thuis en op het werk. En ergens heb ik het gevoel dat ik het allemaal niet in mijn vingers heb.  Half januari zit ik ’s middags net voor vijven met een potje urine bij de huisarts. Blaasontsteking! Ik krijg een antibioticakuur en daarmee moet het snel verholpen zijn. Mijn gedachten gaan even terug naar 1994 toen een aantal blaasontstekingen wel heel vervelend uitpakte, maar die gedachte duw ik snel weer weg: het is heus niet gek om een keer een ‘gewone’ blaasontsteking te hebben en met het kuurtje is het vast snel over. De volgende dag – een donderdag – ben ik vrij. De afspraak die ik had, zeg ik voor alle zekerheid af (en gaat uiteindelijk niet door vanwege de winterstorm). Heb ik mooi een paar dagen om het rustig aan te doen.

De week erna blijf ik me ‘niet fit’ voelen; ik kan het niet anders omschrijven. Lamlendig, dat komt er ook in de buurt. Op zaterdag zie ik aan mijn urine dat het niet in orde is en bel de huisartsenpost. Als ik vertel dat ik maar één nier heb, moet ik meteen komen. Uit onderzoek blijkt dat er nog een ontsteking zit, dus volgt er nog een kuur. Dit keer van slechts één tablet, die ik die avond moet innemen. Er wordt nader onderzoek gedaan naar welke bacterie de ontsteking veroorzaakt.’s Avonds ga ik uit eten met twee vriendinnen van de middelbare school. De afspraak staat al zo lang en we hebben ons er alle drie op verheugd. Bovendien hoef ik er alleen maar te zitten en te eten toch? De dag erna vieren we Renates verjaardag in het Spoorwegmuseum. Haar eerste verjaardag in Nederland na alle jaren in Oeganda is een bijzondere dag, en daar wil ik bij zijn.



Het zijn leuke uitjes en dat ik me nog steeds wat vreemd voel, wijt ik aan het feit dat de blaasontsteking natuurlijk nog niet echt weg is. Een paar dagen later wordt bevestigd dat de kuur die ik nu heb gehad, de juiste ingrediënten bevat voor de bacterie die is aangetroffen. Het moet nu snel beter gaan.Ik negeer het zeurende stemmetje in mijn hoofd dat zegt: ‘Jaja, dat heb je eerder gehoord. En waarom ben je dan zo moe? En is dat nou toch een beetje pijn in je linkerzij? Daar waar die nier zit?’Ik zeg nog een paar vrijwilligerswerkafspraken af en doe verder keurig wat ik moet doen op mijn werk. Met een paar dagen is het vast allemaal in orde…

Lees hier het vervolg....

zondag 2 juli 2017

En dan zijn ze ineens in Nederland…


In mei zijn we twee-en-een-halve week in Oeganda, bij Martin, Renate en Luca. De eerste anderhalve week wil Luca nog niet al te veel van ons weten, hij vindt het gezellig dat we er zijn, maar eten geven, naar bed brengen, troosten, dat is toch allemaal voorbehouden aan papa, mama en Josephine, zijn nanny. Als we een paar dagen met zijn allen op safari zijn geweest, wordt het beter en wil hij wel op schoot en gezellig een boekje lezen. En zwemmen! Met Merette is hij dikke maatjes; hij noemt haar Táánte, en je kunt je voorstellen hoe trots ze is. Wij zijn mma en mma. Woorden die met een klinker beginnen zijn nog net te moeilijk. En ja, net als hij aan ons gewend is, moeten we weer naar huis…

Maar dan, als we een week of drie thuis zijn, komt er een telefoontje. ‘Mam, ik wil een week of zes bij jullie komen met Luca. Is dat ok? Even lekker genieten van Nederland en dan daarna hier weer lekker aan het werk.' Eh… ja, natuurlijk is dat ok.  Leuk! 

Ze oppert het idee op 21 juni, de 22e hebben we een bruiloft, de 23e boeken we een ticket (aankomst de 29e om zeven uur ’s morgens), de 24e heeft Merette zwemwedstrijden, de 25e moeten we koekhappen (u weet wel, een wereldrecordpoging in onze eigen koekstad) en in datzelfde weekend moet dan ook de kamer waar ze met Luca verblijft als ze in Nederland is, in orde gemaakt worden. Daar moeten we snel mee beginnen en dat valt Merette natuurlijk ook op. ‘Ja, ik denk dat Renate en Luca deze zomer nog wel even komen’, leg ik uit. ‘Maar na jouw verjaardag!’ Ze is de 30e jarig en het zou natuurlijk een geweldig verjaardagscadeau zijn als Luca en Renate daar onverwacht bij zijn. Dus doen we nog even geheimzinnig.

Het lukt om het kamertje in orde te krijgen (vraag niet hoe zolder, slaap- en werkkamer er uit zien), speeltjes voor Luca aan te schaffen (zó fijn dat ik dat dan even ongegeneerd mag doen) en de donderdag vrij te regelen op mijn werk, zodat ik mee kan naar Schiphol.

Tussen de bedrijven door moeten er ineens ook afspraken gemaakt worden met huisarts en specialist, omdat Renate een onverwacht medisch probleem heeft, waarvan het handig is dat ze dat in Nederland even laat checken. Ook dat weet ik te regelen.

Donderdagmorgen om half acht zijn ze er: een moe klein jongetje dat de vlucht prima heeft doorstaan, maar te weinig heeft geslapen. Zijn ballon met Nijntje is meteen zijn grootste vriend. Het is druk op de weg en zonder koffie rijden we rechtstreeks door naar de huisarts. De rest van de dag hangen we wat rond. Luca en Renate zijn moe. De volgende dag naar de specialist, waar - gelukkig – blijkt dat er in Oeganda loos alarm is geslagen.

Dus kunnen we met een gerust hart ’s avonds naar de verjaardag van Merette. Plan: wij (René en ik), gaan erheen met de cadeautjes en dan mag ze skypen met Renate. Die zal zeggen: ‘Zal ik even met Luca op de koffie komen?’ Ze heeft Renate nog geen seconde aan de telefoon als ze haar eigen straat herkent… En dan is het nog een heel eind lopen naar haar zus en haar neefje, want die staan nog op de hoek verderop! Maar een verrassing is het.



Het is inmiddels zondag. Luca moet zijn draai nog een beetje vinden, hij is gewend om veel buiten te spelen en dat is hier een beetje anders. Maar hij heeft de fontein in de binnenstad al bezocht en vanmiddag heerlijk gespeeld op de Ulebelt (en ruzie gehad met een geit, dus waarschijnlijk morgen een blauw oog…)




Mama is vanavond uit eten. Met lieve, trouwe vrienden. Opa en oma hebben Luca gebadderd en in bed gestopt. En hij slaapt als een roos.
Alles onder controle dus. Alleen… hebben we zo goed al niemand op de hoogte gesteld van de komst van Renate en Luca. Simpelweg geen tijd voor gehad. Bij deze dus: ze zijn er. En ze blijven nog meer dan vijf weken!