dinsdag 10 februari 2009

Berlusconi: hoe hypocriet kun je zijn?

Eluana is vermoord. Dat vindt Berlusconi, premier van Italië. Een jonge vrouw, die na een ernstig auto-ongeluk zeventien jaar in coma ligt.
‘Ze leeft!’, zeggen Berlusconi en zijn rechtse aanhang. ‘Wij mogen het leven niet beëindigen, dat is in Gods hand’, vindt het Vaticaan. Ze leeft, want ze heeft een slaap-waakritme en ze ademt. Meer niet. Oh ja, toch wel, ze menstrueert. Ze zou dus nog kinderen kunnen krijgen. Dat zal vooral voor het Vaticaan een belangrijk item zijn. Gaat heen (oh, nou dat kan even niet) en vermenigvuldigt u. Of je nou in coma ligt, hiv-besmet bent of geen rooie cent hebt om (nog) een kind te voeden: dat maakt niet uit, vermenigvuldigen moeten we.

Ik zie een wanhopige vader aan het bed van zijn dochter. Zeventien jaar in coma. Zeventien jaar geleden de schrik, het verdriet, de wanhoop en de angst om je kind te verliezen. Dan langzamerhand het besef: dit komt nooit meer goed. De hoop die hij had dat ze beter zou worden, wordt hoop dat ze sterft. Niemand weet of zij lijdt. Ik hoop van niet; ik hoop dat ze in al die 17 jaar niets heeft meegekregen van haar omgeving. Maar haar familie en vrienden lijden wel.
Ze leeft, ja, maar dit leven is mensonwaardig, niet waard om geleefd te worden. Het is een kunstmatig leven: als ze geen voedsel krijgt toegediend, gaat ze dood, want zelf eten kan ze niet.
Daar denkt meneer Berlusconi anders over: alle leven is de moeite waard om geleefd te worden en stoppen met de kunstmatige voeding is moord.
In de jaren tachtig lieten hij en zijn vrouw een zwangerschap afbreken. Zijn vrouw was toen al zes maanden zwanger. Reden: het kindje was gehandicapt. Blijkbaar golden toen al zijn hypocriete regeltjes even niet: het hemd is immers nader dan de rok.

Eluana is dood. Gestorven aan de gevolgen van een auto-ongeluk zeventien jaar geleden. Ik heb bewondering voor haar vader, die tot het laatst gevochten heeft voor zijn dochter en uit liefde voor haar koos voor haar dood. Ik hoop dat de Italiaanse regering hem met rust laat...

zaterdag 7 februari 2009

Geduld

Een nieuwe rage in Nederland: voetbalplaatjes. Eigenlijk is het een oude rage, want volgens mij is er bijna elk jaar wel een supermarktketen die met die plaatjes komt.
Maar dit jaar is het ‘mijn’ supermarkt (met de ingang bij mij voor de deur, leuk personeel en een prima aanbod, ga ik niet vaak naar een concullega) die de plaatjes weggeeft. En dus doe ik mee. Want Merette is dol op verzamelen.
Ik geef vast aan een aantal mensen door dat ze de plaatjes moeten aanpakken (mijn broer is absoluut niet geïnteresseerd, heeft geen kinderen en weigert dus ‘die troep’ altijd. Daar komt hij dit keer niet mee weg!) en dat we willen ruilen.
Haar eerste plaatjes zijn al snel ingeplakt.
Dan is Merette een weekend bij ons en inmiddels hebben we opnieuw een aardig stapeltje plaatjes. Ze installeert zich aan de grote tafel. Het boek wordt klaargelegd en het eerste pakje plaatjes geopend.



Nummer 185. Merette bladert het album door tot ze bij nummertje ‘een acht vijf’ komt. Heel voorzichtig wordt het plaatje ingeplakt. Nummer 178. Het boek gaat dicht en ze begint weer op pagina 1 tot ze ‘een zeven acht’ bereikt. Met een licht geïrriteerde zucht legt ze het plaatje weg: ‘duppel’. Volgende plaatje. Start: pagina 1. Nummer 60. Geduldig bladert ze door naar de juiste pagina. Bij elk volgend plaatje begint ze weer op bladzijde 1 van het boek. Zo werkt ze alle zakjes weg.
Ze heeft geen idee van getallen. Dat ze van 185 snel naar 178 kan door een paar bladzijden terug te bladeren gaat haar petje ver te boven.
Maar geduld heeft ze wel, mijn dochter: engelengeduld.

maandag 2 februari 2009

Halve Sara...

Een jaar of tien geleden gebeurde het af en toe dat in de buurt iemand 50 werd. Mijn toenmalige (bijna) pubers ergerden zich mateloos aan Sara of Abraham. Hoe burgerlijk kon je zijn.
Maar toen hun vader 50 werd zagen ze een aardig spandoek toch wel zitten. Hij vertrok ’s morgens naar zijn werk, zonder dat er iets te vinden was in de tuin en had al de hoop dat dat zo zou blijven. Mooi niet dus! Abraham en een spandoek met de uitdagende tekst: ‘Hoezee toeter drie keer voor René’ sierden ons huis. (Ik was die dag vrij en heb mij verbaasd over het aantal keren dat er werd getoeterd…) Gelukkig werd hij wel helemaal blij van de surpriseparty in de kroeg ’s avonds met veel lieve vrienden en collega’s.
Vorig jaar was het mijn beurt en ook toen hebben de dames zich uitgeleefd met Sara (waar ik op mijn werk ook al de hele dag naast had gezeten).
Dan wordt onze oudste 25. Ik krijg een mailtje van een vriendin van haar. Of we ‘s nachts om 12 uur aanwezig willen zijn voor bubbels en de onthulling van een spandoek. Het is – tot mijn stomme verbazing- in haar (superleuke) vriendenkring gebruikelijk om op deze manier de jarige kwarteeuwers te fêteren.



Nou houden wij wel van een feestje (en van bubbels) en dus staan we om middernacht in de ijskoude straat te proosten op de jarige en haar spandoek!
Dat had ik tien jaar geleden in elk geval nooit gedacht…